De geschiedenis, de leugen en de vrijheid De geschiedenis, de leugen en de vrijheid

De geschiedenis, de leugen en de vrijheid

Opinie 24 februari 2016 - 18:22 uur Redactie 0

Afgelopen vrijdag overleed de Italiaanse schrijver en wetenschapper Umberto Eco, bekend van De Naam van de Roos, in 1986 verfilmd door Jean-Jaques Annaud met Sean Connery in de hoofdrol.

Het nieuws raakte me, want ik heb alle romans van Eco gelezen en de meeste meer dan één keer. Hij liet me door zijn werk een wereld zien die in de Nederlandse literatuur niet of nauwelijks bestaat, een wereld van fantasie, (pseudo-)religieuze symboliek, van complotten, dromen, leugens en vele mogelijke waarheden die naast elkaar kunnen bestaan, en dat allemaal uitgebreid gedocumenteerd. Alles wat hij beschreef in de wonderlijke verhalen was in meer of mindere mate op historische feiten gebaseerd en in elk geval met historische bronnen onderbouwd.

De werkelijkheid wordt vloeibaar in de boeken van Eco; wat er precies waar en niet waar is, wat leugen of bedrog is, wat droom, fantasie en feit is wordt volkomen door elkaar gemengd. Zelfs een leugen die bewust wordt verzonnen op basis van allerlei vage hermetische, mystieke en kabbalistische boeken zoals hoofdpersoon Jacopo Belbo doet in De Slinger van Foucault blijkt toch meer waarheid te zijn dan de hoofdpersoon zelf vermoedde.
Drenkeling Roberto de la Grive in Het Eiland van de Vorige Dag vermengt zijn eigen queeste naar het geheim van de lengtegraden met die van zijn verzonnen tweelingbroer Ferrante in dienst van diverse Noord-Italiaanse vorsten en herschrijft de geschiedenis in gesprekken met een jezuïtische pater waarvan je als lezer op een gegeven moment ook niet meer weet of die nu echt is of niet. In Baudolino speelt Eco met het middeleeuwse genre van het leugenverhaal en laat hij de hoofdpersoon een fantastisch verhaal vertellen van zijn rol aan het hof van Keizer Barbarossa en een wonderlijke reis naar het eind van de wereld. De vermenging van feiten en fictie, leugen en waarheid is bijna niet te ontrafelen, hoewel beiden wel duidelijk zijn te herkennen voor de moderne lezer.
De roman De mysterieuze vlam van koningin Loana speelt zich af in de moderne tijd en gaat over Yambo, een boekhandelaar die aan geheugenverlies lijdt en zijn eigen levensgeschiedenis alleen kan reconstrueren aan de hand van de boeken die hij heet gelezen en waarvan hij eigenlijk ook niet weet of die fictie of non-fictie zijn, zoals hij niet ook niet weet of zijn reconstructie van de geschiedenis feit of fictie is. De in 2010 gepubliceerde roman De Begraafplaats van Praag, speelt zich af in de 19e eeuw en is reis door die eeuw en het Europa van toen. Hoofdpersoon Simone Simonini is het enige fictieve personage, alle andere personen zijn historische figuren, die Simone beïnvloeden, maar die Simone ook beïnvloedt. Het is de meest duistere roman van Eco en gaat over het mystieke bijgeloof, het antisemitisme en bizarre wetenschappelijke theorieën van die tijd. Vorig jaar verscheen zijn laatste roman, Het Nulnummer, dat gaat over de huidige sensatiepers en allerlei complottheorieën van de Italiaanse geschiedenis van de afgelopen 70 jaar. De geschiedenis zoals we die kennen zou wel eens heel anders gelopen kunnen zijn en de lezer wordt echt aan het wankelen gebracht door de duizelingwekkende encyclopedische kennis en daadwerkelijke, controleerbare feiten die Eco tentoonspreidt.

En toen was daar, op de dag dat het overlijden van het literaire genie belend werd, een ander nieuwsbericht: het CIDI vindt dat de revisionistische historicus David Irving geen podium mag krijgen om in Den Haag te spreken op de dag dat de februaristaking wordt herdacht. Het universum is niet zonder ironie. David Irving is namelijk een personage dat zo weggelopen lijkt uit één van de boeken van Umberto Eco, bijna een spiegel van de persoon Simone in De Begraafplaats van Praag. Irving verwierf in de jaren ’60 en ’70 enige faam door The destruction of Dresden (1963) en Hitler’s War (1977) waarin de schaduwkanten van de overwinning van de geallieerden in de tweede wereldoorlog werden belicht. Ondanks dat er op enkele details fouten in stonden waren die vroege werken van Irving buitengewoon goed gedocumenteerd en gerechercheerd. Ook al ademden die boeken wel sympathie voor de Duitse kant van de geschiedenis kunnen die werken nog niet echt “revisionistisch” worden genoemd. Ze belichten de andere kant van het verhaal maar doen de feiten nog geen geweld aan.

Dat veranderde later in de jaren ’80 toen hij op basis van het pseudowetenschappelijke en neonazistische “Leuchter rapport” actief de joodse holocaust ging ontkennen, iets wat hij later wel weer introk, maar zijn reputatie was daarna wel definitief onherstelbaar beschadigd. Dat hij later luidruchtig de vervalsing van de Hitlerdagboeken aantoonde bij de persconferentie van de eminente historicus Hugh Trevor-Roper kon zijn reputatie niet herstellen. Ook de ontdekking van de dagboeken van Joseph Goebbels in Moskouse archieven en de prima biografie die hij vervolgens schreef werd niet meer op waarde geschat. Het was een besmette man, met besmet gedachtegoed, verguisd, veroordeeld en in 2006 zelfs in een Oostenrijkse gevangenis gegooid, voor niets meer dan ideeën die in Oostenrijk niet geuit mogen worden. Hij heeft nooit opgeroepen tot geweld, nooit opgeroepen tot haat of uitsluiting. Slechts het opschrijven van ideeën die niet stroken met de officiële geschiedenis was genoeg voor de Oostenrijkse rechter om hem te veroordelen en hem Persona Non Grata te verklaren. Hoe verwerpelijk die ideeën ook zijn, hij schreef ze niet eens in Oostenrijk op, hij sprak ze daar niet uit.

Nu wordt Irving dus in Nederland de vrijheid van spreken ontzegd in de stad van het recht. De stad waar de burgemeester wel demonstraties toestaat van ISIS sympathisanten en radicale imams uit het Midden-Oosten laat preken in Haagse moskeeën. Preken die heel wat verder gaan dan het ontkennen van de holocaust van de joden 70 jaar geleden, maar juist oproepen tot een nieuwe holocaust tegen Israël. Die oproepen tot een totale oorlog tegen alle ongelovigen. Die vrijelijk onder de grondwettelijke Vrijheid van Godsdienst ideeën mogen verspreiden die vele malen gevaarlijker zijn dan een foute interpretatie van de geschiedenis door een Britse schrijver, wiens gedachten moeten worden uitgebannen. Ik vind dat die imams gewoon moeten kunnen spreken, begrijp me niet verkeerd. Het liefste zou ik zelfs zien dat ze live op prime-time met Nederlandse ondertitels worden uitgezonden op de publieke omroep. Zoals ik ook vind dat David Irving gewoon zijn praatje moet kunnen houden. Zelfs als het baarlijke onzin is, zelfs als het fout is, zelfs als leugens zijn, zelfs als het bedrog of verzinsels zijn. We worden met z’n allen immers ook al eeuwen door banken, verzekeraars, politici, kerken, moskeeën, loterijen en romanciers voorgelogen, bedrogen en we slikken alle propaganda.

Irving is ongetwijfeld iemand die er hele vreemde politieke visies op na houdt en gedurende zijn schrijvende carrière nogal selectief geshopt heeft in de historische bronnen, waarvan sommige bronnen al tijdens de Tweede Wereldoorlog waren vervalst, sommige later vervalst maar heel veel ook authentiek en origineel. Feit en fictie, waarheid, leugen en propaganda lagen als zodanig al in de archieven en het is David Irving zeker aan te rekenen dat hij de betrouwbare en onbetrouwbare bronnen door elkaar heeft gemengd en overgoten met zijn eigen abjecte ideeën heeft verkocht als de “waarheid”. Had hij het als fictie geschreven en verkocht, zoals Umberto Eco heeft gedaan was het hem wellicht minder aangerekend. Hoe dan ook: De oproep van het CIDI om David Irving te weren roept bij mij enorme weerstand op. In navolging van Christopher Hitchens schreeuw ik dan ook: “Brand! Brand! Brand!” *)

*) transcript – vertaling deel 1, deel 2

Deze column is geschreven door Rolf Swart. Rolf is een Rôner met een grote politieke en culturele interesse, en zal zijn visie op regelmatige basis delen met de lezers van Rodenactueel.nl.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *