Column: ‘Het land van nepotisme’ Column: ‘Het land van nepotisme’

Column: ‘Het land van nepotisme’

Opinie 3 november 2015 - 13:57 uur Richard 1

“De hele idee van een erfelijke functie is bespottelijk.” Dat schreef de columnist, wiskundige, schrijver en winnaar van de P.C. Hooft-prijs Hugo Brandt Corstius alias Piet Grijs in een column voor Vrij Nederland in 1974. Hij had het toen over het koningshuis en in een vlammend betoog rekende hij af met de monarchie.

Hoe ironisch dat zijn dochter Aaf nu een column heeft bij een andere werkgever van haar vader, het NRC; en dat zijn zoon Jelle voor de VPRO programma’s maakt, waarvoor hijzelf jarenlang columns insprak voor het radioprogramma Welingelichte Kringen.

Dat zijn weliswaar geen echte erfelijke functies, maar de vraag rijst wel of Aaf en Jelle ooit zo relatief eenvoudig betrekkingen hadden gekregen bij hun huidige en vorige werkgevers zonder hun beroemde vader. Zo zijn er natuurlijk talloze voorbeelden van families die generaties lang in bepaalde beroepen en functies een stempel drukken op het culturele, literaire, wetenschappelijke en politieke leven in dit land. Ik hoef alleen maar de namen van de familie De Mol, de familie Krabbé, de familie Barend, de familie Witteman, de familie Van Nieuwkerk te noemen en iedereen weet dan wel de namen van de vader of moeder en de zonen of dochters, en soms ook ooms of tantes, neven en nichten en aangetrouwden te noemen. In de politiek zijn er meer voorbeelden dan deze column lang is.

“De appel valt niet ver van de boom” wordt er dan wel eens gezegd en daarmee wordt dan bedoeld dat bepaalde talenten erfelijk zijn. Ik vraag me dan wel vaak af of het wel om talenten gaat en niet om ordinaire vriendjespolitiek en nepotisme. Uiteraard is het zo dat kinderen van beroemde ouders opgroeien in een bepaalde cultuur en gestimuleerd worden in vakgebieden waar de ouders in werken. Natuurlijk worden kinderen van beroemde ouders bijna vanzelf geïntroduceerd in bepaalde kringen die voor anderen gesloten blijven. Zelfs als je dan als kind een middelmatige student bent in hetzelfde of een aanverwant vakgebied is de kans dat je slaagt in dat vak groter. Niet alleen profiteer je van de praktijkkennis van je ouder(s), maar je maakt ook gebruik van het netwerk, zelfs als je dat wilt vermijden want iedereen in dat vak wéét van wie je er eentje bent. Soms zeggen de kinderen dan dat het eerder een handicap is omdat je dan moet voldoen aan hoge verwachtingen, en dat lijkt heel redelijk, maar het is natuurlijk Onzin met een hoofdletter O. Zo’n kind krijgt namelijk alleen maar een kans omdát die beroemde vader of moeder er is. Een goede daad doen voor zo’n kind betekent ook dat de beroemde ouder dan een beetje bij je in het krijt staat. Het principe van “tit-for-tat”, “voor wat hoort wat” is al zo oud als de mensheid en wellicht zelfs, als we bioloog Frans de Waal mogen geloven, veel ouder dan dat.

Het is dus allemaal vrij verklaarbaar. Als Daley Blind niet de zoon van Danny was geweest of als Danny nooit profvoetballer was geweest, dan speelde Daley nu niet bij Manchester United maar bij VC Vlissingen in de hoofdklasse of bij het Oost-Souburgse VV RSC in de vierde klasse. Daarmee beweer ik niet dat Daley niet kan voetballen of geen talent heeft, maar hij heeft kansen gehad waar andere jongens met gelijke talenten slechts van kunnen dromen terwijl ze zwoegen op een achterafveld in de provincie. Het zijn niet alleen talenten die niet eerlijk zijn verdeeld, de kansen om uit die talenten het maximale te kunnen halen zijn ook ongelijk verdeeld. Dat is een harde waarheid en werkelijkheid waar je niet zoveel aan kunt doen. Of, om het in de woorden zeggen van John F. Kennedy (een andere zoon die het zonder zijn invloedrijke vader nooit had gered): “Life is unfair.”

Daarmee is de kous voor mij nog niet af. Ook al is het zo en kun je er weinig aan doen daar waar het carrières in de kunsten, de wetenschap of de sport betreft, in het openbaar bestuur kun je er wel wat aan doen. Ook daar gebeurt het op grote schaal en veel breder dan alleen familiebanden. Allianties gaan daar dieper en verder dan gedeelde bloedlijnen waar Hugo Brandt Corstius zich in het geval van de familie Van Oranje-Nassau zich over opwond. ‘Ons kent ons’ en ‘wie kent wie’ is niet alleen bepalend voor de politieke en bestuurlijke carrières van individuen, het is bepalend voor het bestuur en beleid voor alle Nederlanders en het zijn alle Nederlanders die daarvoor de belastinggelden opbrengen. Het wordt dus problematisch als voor de verdeling van die gelden een beperkte club van getrouwen aan een partij, soms met gedeeld bloed, maar veel vaker met gedeelde belangen die elkaar in diverse hoedanigheden delen van die belastinggelden toeschuiven. Dan gaat het vaak niet om de gekozen functies, hoewel het ook al een heel spel is van netwerken en hele of halve beloftes is op überhaupt op een kieslijst te komen. Het werkelijke spel begint pas bij de benoemde functies. Benoemingen in openbare functies zonder partijlidmaatschap, en zonder ervaring in de politiek komen bijna niet voor, terwijl die functies voor iedereen toegankelijk zouden moeten zijn. Het zou voor een heleboel functies zelfs te prefereren zijn met name in toezichthoudende functies en raden van bestuur. Het meest recente voorbeeld waarbij een politieke benoeming in zo’n functie gruwelijk misging was Loek Hermans, die als toezichthouder van zorginstantie Meavita compleet faalde, zo oordeelde de rechter. Ik vraag mij dan af: Was het niet veel beter geweest om een partijloze alfahulp met 20 jaar ervaring bij een zorgorganisatie waarvan 15 jaar in de directe thuiszorg in de raad van toezicht te hebben in plaats van een VVD politicus? Een politicus die er gelijktijdig nog minstens 30 bijbaantjes (de meeste bezoldigd!) op na hield, waarvan vele bij zelfstandige bestuursorganen en instellingen die met belastinggeld worden gefinancierd; en iemand die nooit in die functies was terechtgekomen zonder zijn politieke carrière, zonder partijkaart, zonder netwerk van bestuurders… Ik denk dat een verpleegkundige een betere toezichthouder was geweest.

Loek is geen uitzondering. Bij alle ZBO’s, woningcorporaties, zorginstellingen en ziekenhuizen is een raad van bestuur en een raad van toezicht die vol zitten met (voormalige) politici met de vriendjes en familieleden. Die vervolgens ook weer vriendjes en familie in de politiek hebben. Om even bij Loek Hermans te blijven: zijn dochter is heel toevallig(!) de rechterhand van onze minister-president Mark Rutte (waarom Rutte zijn eigen rechterhand niet gebruikt mag u zelf bedenken). Het kon Loek deze keer niet redden. Hij trok de conclusie om op te stappen als fractieleider van de VVD in de eerste kamer nadat het Maevita schandaal bekend werd. Dat lijkt overigens heel nobel, maar hij wist natuurlijk al heel lang dat hij als toezichthouder compleet had gefaald en uit die wetenschap trok hij geen enkele conclusie. Pas vanwege de negatieve publiciteit stapte hij op. Naar de eeuwige wachtgelden, zoals het een goed baantjesjager betaamt. Niet uit schaamte voor falen, maar omdat hij publicitair aangeschoten wild is. Niet uit prudentie en innerlijke overtuiging dat hij fout zit, maar omdat hij eventjes niets meer kan betekenen voor zijn vriendjes en zijn vriendjes niet voor hem. Eet Loek er een boterham minder om? Welnee. Slaapt hij een seconde slechter? Welnee. Het oordeel van de rechter dat het bestuur en het toezicht heeft gefaald heeft geen enkele persoonlijke consequenties. Het kost alleen de belastingbetaler een paar miljard. Maar ach…

Als je als caissière een tientje uit de kas jat wordt je ontslagen, justitieel vervolgd en met dat strafblad kom je nooit weer aan het werk. De maatschappelijke schade van falende bestuurders is gigantisch maar ze kunnen na een jaartje, als het schandaal is geluwd gewoon verder in een nieuwe functie. We zijn nog lang niet van Loek af, mocht u dat denken. Het netwerk is er nog, de vriendjes zijn er nog, en hij heeft met zijn meer dan 100 bijbaantjes (!) zoveel gunsten verleend, dat hij er ook weer heel veel kan terugvragen.

Het wordt tijd dat gewone inwoners, kiezers, burgers, hier een halt toe roepen. Het is mooi geweest met de baantjesjagerij via de partij, via de familie en de studievriendjes van de corpora. Het wordt tijd voor een wet die het aantal bijbanen beperkt in alle lagen van het openbaar bestuur. Ik vind eigenlijk dat een zittende, gekozen politicus helemaal geen bijbanen moet hebben om elke belangenverstrengeling bij voorbaat uit te sluiten. Zelfs het voorzitterschap van een postzegelclub vind ik al dubieus voor een kamer-, staten- of raadslid. Het is in elk geval een heel goed idee om er eens over te praten en het op de agenda te zetten. Ik zou ervoor tekenen.

Deze column is geschreven door Rolf Swart. Rolf is een Rôner met een grote politieke en culturele interesse, en zal zijn visie op regelmatige basis delen met de lezers van Rodenactueel.nl. 

 

  • Jaap

    30 december 2015 #1 Author

    Hoeveel zonen en dochters zouden er zijn die niet in de voetsporen van hun beroemde vader/moeder treden?

    Beantwoorden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *