Column: ‘Het haar verkeerd hebben staan’ Column: ‘Het haar verkeerd hebben staan’

Column: ‘Het haar verkeerd hebben staan’

Opinie 26 december 2015 - 11:24 uur Richard 0

Een kennis van mij was in zijn actief leven leraar biologie van beroep. Daarnaast heeft de beste man haast vanzelfsprekend de liefde voor de nabije natuur en het reilen en zeilen hiervan als hobby.

Zo heel af en toe tref ik hem als hij zich goed voelt en wat in zijn tuin loopt te rommelen. Echt veel doet hij niet meer maar het is even dat buiten in de natuur zijn wat hem zo goed doet. Want dat heeft de beste man nodig. De onvoorspelbaarheid van de natuur dat hem zo aantrok om bioloog te worden, zorgt er nu voor dat het genieten niet zo gemakkelijk meer gaat als vroeger. De beste man is ziek, erg ziek.

Het is bijna alweer anderhalf jaar geleden toen ik een een reegeit zag, die eveneens zeer slecht in haar vel zat, letterlijk en figuurlijk gesproken. Sinds een aantal jaren volg ik een bepaalde reeënpopulatie in een natuurgebied waar ik boeken over schrijf. Het is een vrij constante groep dieren waar af en toe een dier bijkomt en er eentje verdwijnt. En ja, door het volgen van deze groep bouw je toch een band op met de dieren en begin je ze een beetje beter te kennen. Andersom is dit trouwens ook het geval.

Het is niet zo dat ik de dieren kan aanraken om te aaien, maar een zekere vertrouwdheid bestaat er wel wanneer ik er met mijn camera aan kom lopen. De groep, die doorgaans bestaat uit een reebok en een aantal reegeiten, is de laatste jaren dus redelijk constant als het op de samenstelling van de dieren aankomt. Zo bestaat de vaste kern van de groep in de winter uit vijf tot zes dieren, die in de zomer minder solidair met elkaar zijn en verspreid door het gebied leven.

Met één van de dieren, een oudere reegeit, had ik toch iets speciaals. Het dier was op een bepaalde manier enorm fotogeniek en blijkbaar besefte zij dat ook. Het was het oudste dier van de groep en besloot altijd pas als laatste dier te vertrekken wanneer ik te dicht in de buurt kwam om die ene perfecte foto te maken. Zoiets voel je aan, althans dat idee heb ik dan weer wel.

Maar goed, terug naar die maand mei in het jaar 2014. Het was een heerlijke ochtend waarbij het zonnetje er vrolijk op los scheen en je aan de temperatuur kon vernemen dat het warme lenteweer elk moment kon gaan losbarsten. Ik volgde mijn gebruikelijke route om wat leuke plaatjes te maken en even een blik op de populatie reeën te werpen. Het was zo’n ochtend waarbij ik het gevoel had dat er iets in de lucht hing. Maar wat het was, tja daar kon ik nu net even niet mijn vinger opleggen.

Het duurde niet lang voordat ik in de gaten kreeg wat er aan de hand was. De eens zo parmantige reegeit die ik zo bewonderde vanwege haar elegantie, slenterde vanuit de houtwal het weiland in toen zij mij zal aankomen. Het was zeer aandoenlijk om te zien hoeveel moeite zij deed om toch nog even gezien te worden. En om eerlijk te zijn, ze zag er niet uit. Haar vacht leek behoorlijk onverzorgd, iets wat voorheen absoluut niet voorkwam, en het slome slenteren viel ook op. Door de slechte conditie van haar vacht, iets wat wij hier ‘het haar verkeerd op het lijf hebben’ noemen, deed mij beseffen dat dit waarschijnlijk de laatste maal was dat wij elkaar op deze manier zouden tegenkomen. Op een bijna aandoenlijke wijze strompelde het dier weer naar het bos en verdween uit beeld.

Een dag later toen ik in het bos aan het werk was, jeukte het gevoel toch om even naar haar te kijken. Ik werkte vlakbij de plaats waar ik de reeën altijd aantrof en nam mijn camera ter hand en ging naar het weiland. Van de reeën was geen spoor te bekennen. dus ik besloot even naar de houtwal te gaan waar ik de oude reegeit voor het laatst had gezien. Ver hoefde ik echter niet te lopen. Achter de aarden wal zag ik haar liggen met gebroken ogen. Om die eens zo elegante reegeit hier zo te zien liggen deed mij wel wat. Je hebt weliswaar geen emotionele band met het dier, maar toch…

Dit gevoel heb ik nu ook met de beste man die biologieles gaf aan duizenden leerlingen. De man die eens zo gestreden had voor het behoud van het gebied waar de rondweg nu ligt, heeft voor mijn gevoel ook het haar verkeerd staan. Zijn vurige wens was dat de zeldzame schedegeelster eens weer terug zou keren naar het gebied, dat zo geleden had onder de vernielzucht om hier een laag asfalt neer te leggen. Nu had ik de bioloog al eens verteld dat ik weet waar een exemplaar staat. Je zag de ogen van de beste man ineens weer van plezier glimmen toen hem vertelde dat de plant hier niet verdwenen is.

Afgelopen woensdag trof ik de beste man weer, toen hij weer in zijn tuin aan het rommelen was. Net zoals met die reegeit bekroop mij een naar gevoel. Je mag mij mijn spontaniteit een nare eigenschap vinden, maar ik kon het niet laten om weer eens een praatje met hem te maken en zo tussen neus en lippen door even vragen, van mocht de schedegeelster weer bloeien volgend voorjaar, of het hem dan past om even te gaan kijken. En ja hoor, weer kwam die twinkeling in zijn oude ogen en er volgde een volmondig “JA!”.

Ik weet het… Bepaalde ziekten zijn niet te genezen wanneer ze in een ver gevorderd stadium zijn en zich hebben uitgezaaid. Maar toch hoop ik dat de beste man nog genoeg tijd krijgt om die korte wandeling te gaan maken naar de plaats, waar de plant staat die hij eens zo fanatiek heeft proberen te behouden voor het gebied. Moge hij de kracht bezitten om deze ongelijke strijd in ieder geval zolang voor te blijven zodat hij nog eenmaal deze prachtige plant kan zien bloeien!

albert-willem-hummel

Deze column is geschreven door Albert-Willem Hummel. Rôner schrijver, fotograaf en natuurliefhebber. Meer lezen van deze auteur? Kijk snel op Albert-Willem zijn weblog of bestel zijn prachtige naslagwerken over de natuur in en rondom Roden bij mijnbestseller.nl.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *