Column: ‘Burgemeesters in Oorlogstijd’ Column: ‘Burgemeesters in Oorlogstijd’

Column: ‘Burgemeesters in Oorlogstijd’

Opinie 6 januari 2016 - 14:20 uur Richard 1

Een nieuw jaar begint met een schone lei. Nieuwe ronde, nieuwe kansen en iedereen wenst elkaar het beste voor de komende 366 dagen (2016 is een schrikkeljaar, met een 29e februari). Voor sommige mensen is het nieuwe jaar slecht begonnen. Ik denk dan alleen maar aan de medewerkers van V&D die hun werkgever op de laatste dag van het vorige jaar failliet zagen gaan.

Het leek me een prima onderwerp voor een felle column over durfkapitalisten die bijna frauduleus en paulianeus handelen met de warenhuisketen, wat mij betreft symbolisch voor veel meer misstanden in dit land. Maar een tweetal gebeurtenissen tijdens de overgang van 31 december naar 1 januari haalden mijn plannen voor dat onderwerp in. Oud en Nieuw heeft op zich geen enkele astronomische betekenis, het is een puur kalendrisch gegeven dat desalniettemin groots wordt gevierd. En met een grootse openbare viering zijn er ook bijna onvermijdelijk ongeregeldheden te verwachten.

In Den Haag hebben ze daar een uiterst dubieuze oplossing voor gevonden. Om te voorkomen dat er in de Schilderswijk en Transvaal rotzooi wordt geschopt liet de gemeente de orde bewaken door “buurtvaders” en vrijwilligers van de salafistische As Soenna moskee. De gedachte van het gemeentebestuur is dat de islamitische jeugd beter in bedwang kan worden gehouden door ordediensten van de moskee dan door de politie. Vanuit het perspectief van de openbare orde is dat op het eerste oog een hele pragmatische oplossing, maar ik vind het een bezwaarlijke en principieel foute samenwerking. Het probleem is dat de voornamelijk allochtone jongeren in de Schilderswijk blijkbaar geen enkel respect heeft voor de ordedienst van de Nederlandse staat, de ordedienst die wettelijk het geweldsmonopolie heeft: de politie. Blijkbaar heeft de politie dus niets te zeggen in die wijk. De boodschap is dubbelzinnig. De Nederlandse seculiere rechtsstaat heeft geen gezag in bepaalde wijken van dit land, en voor de islamitische gemeenschap is de boodschap: de moskee is de baas in de wijk. Het is toch een beetje alsof je de SA laat surveilleren in een wijk waar voornamelijk Nazi’s wonen omdat de staatspolitie er geen gezag heeft.

Burgemeester Van Aartsen laat een aantal dagen later in NRC.next weten dat hij niets ziet in een voorgesteld verbod op salafisme. Op zich kan ik me in de redenatie van Van Aartsen wel vinden. Het gaat de staat inderdaad niet aan wat iemand gelooft, denkt of waar hij bidt, aan welke god dan ook. Dat is een grondwettelijk recht en een verbod lijkt mij ook niet veel meer dan symboolpolitiek. Het probleem is wel dat Jozias van Aartsen zelf een ander grondwettelijk principe schendt door samen te werken met de salafistische As Soenna moskee voor het bewaken van de openbare orde, namelijk de scheiding van kerk en staat en de soevereiniteit van het seculiere openbaar bestuur in de openbare ruimte. Als burgemeester van Aartsen daadwerkelijk de principes van de grondwet en de rechtsstaat wil beschermen dan moet het gemeentebestuur onmiddellijk stoppen met de samenwerking met religieuze organisaties op het gebied van openbare orde en de indirecte subsidiëring van die organisaties door middel van integratie en taalcursussen die via de moskee worden gegeven.

Ongeveer 300 kilometer oostelijker verliep de nieuwjaarsnacht ook niet echt feestelijk. Op het stationsplein van Keulen werden ongeveer 100 vrouwen aangerand door een grote groep mannen van vermoedelijk Noord-Afrikaanse afkomst. Het duurde even voordat het nieuws werd opgepikt door de reguliere media, terwijl het via Twitter en Facebook vrijwel meteen massaal werd gedeeld. Over de achtergronden en de politieke en maatschappelijke discussie over dit “incident”, dat overigens niet op zichzelf staat, wil ik het verder niet hebben. Daarover is al genoeg gezegd en geschreven. Wat mij opviel en eigenlijk ronduit schokte was de reactie van de burgemeester Reker van Keulen, die vrouwen opriep om mannen op afstand te houden. Op armlengte… Alsof dat überhaupt mogelijk is in een mensenmenigte. Afgezien van dat praktische bezwaar zijn het vooral de suggesties die daar vanuit gaan. Niet alleen is de suggestie dat mannen, en dan met name Noord-Afrikaanse mannen, nu eenmaal van nature op seks beluste verkrachters zijn, al dan niet gesanctioneerd door hun cultuur en/of religie waar je verder niks over mag en kan zeggen, maar ook de suggestie dat vrouwen die zich in een feestende menigte begeven het eigenlijk aan zichzelf te danken hebben als ze worden aangerand. Meer dan 100 jaar feminisme en strijd voor vrouwenrechten wordt in 1 nieuwjaarsnacht door nota bene een vrouwelijke burgemeester overboord gezet. De laatste implicatie van de uitspraak van mevrouw Reker is gelijk aan die van haar collega in Den Haag, dat de Duitse politie dus onmachtig is om (een deel van) de eigen bevolking te beschermen tegen geweld.

Ik zie overeenkomsten in de uitspraken van de Haagse en Keulse burgemeesters. Ik zie een onmacht bij het seculiere openbare bestuur in het licht van geweld door een etnische en/of religieuze bevolkingsgroep en een grote voorzichtigheid en omslachtigheid om daadwerkelijk principieel te zijn en op te treden. Om de lieve vrede te bewaren, om geen tweespalt te veroorzaken (die er overigens allang is), om bepaalde politieke bewegingen niet in de kaart te spelen, om niemand te willen stigmatiseren en om wat voor redenen dan ook, zeggen beide burgemeesters dingen die ze onmogelijk kunnen menen. Het zijn uitspraken van burgemeesters in oorlogstijd. Ik zeg het maar gewoon: 2016 is begonnen met oorlog. Een geniepige oorlog, die wordt gevoerd op straat en in de kantoren van burgemeesters.

Ik was dit jaar graag met een positieve en optimistische column begonnen, maar ik kan bijna niet anders dan me zorgen maken.

Deze column is geschreven door Rolf Swart. Rolf is een Rôner met een grote politieke en culturele interesse, en zal zijn visie op regelmatige basis delen met de lezers van Rodenactueel.nl.

  • Albert-Willem Hummel

    6 januari 2016 #1 Author

    De islam zoals veel moslims deze overtuiging beleven én belijden hoort niet thuis in dit land. Het is een overtuiging die gebaseerd is op een volledige overgave en het duldt niets anders er naast. De democratie zoals wij deze kennen en waarin Artikel 1 van de Grondwet de leidraad is voor een volwaardige samenleving, wordt door de extreme aanhangers dan ook verworpen. Sterker nog, dit soort intolerante en achterlijke figuren vinden dat zij alleen gehouden zijn aan hun sprookjes.

    En voor dat men weer met schuim op de lippen begint te briesen, ik doel dus op de aanhangers van het salafisme, niet op die modelmoslim waar links graag mee op de proppen komt.

    Beantwoorden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *